Dat we de voorbije jaren met een verhoogde bijensterfte geconfronteerd worden, is een feit. Over de oorzaken hiervan bestaat nog geen eenduidig antwoord. Bovendien zijn de sterftecijfers binnen Europa erg verschillend per regio. In België heeft men daarom specifiek en systematisch onderzoek verricht naar de mogelijke oorzaken van bijensterfte.

In 2014 voerden de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO, Guy Engelen) en de afdeling Zoöfysiologie (UGent, professor Dirk De Graaf) een project uit. Dit werd gefinancierd door Flanders Innovation Hub for Sustainable Chemistry (FISCH) en het agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT) en gecofinancierd door de gewasbeschermingsindustrie. Deze studie kadert in het Overlegplatform Bijen dat eind 2013 werd gelanceerd en waar de landbouwassociaties, de machine-, de zaad-, de farmaceutische en de fytofarmaceutische industrie samen met de imkers willen overleggen hoe alle partners – elk binnen hun domein en expertise – kunnen bijdragen tot een verbetering van de gezondheid van bijen.

Begin 2015 liep het eerste deel van de studie af. Hierin werd er gefocust op Vlaanderen en werden er mogelijke verbanden tussen een verhoogde wintersterfte en allerlei aspecten onderzocht. Onderwerpen zoals varroa en andere ziektes die in een bijenkast voorkomen, imkerpraktijken, het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen (pesticiden), elektromagnetische straling, fijn stof, verstedelijking, voedselaanbod, nestgelegenheid, biodiversiteit en landschapsfragmentatie, maar ook weers- en klimaatsomstandigheden werden vanuit een wetenschappelijk standpunt bekeken en geëvalueerd.

Uit dit BeeHappy onderzoek konden slechts in beperkte mate conclusies getrokken worden. De resultaten tonen aan dat varroa, een mijt die de bijen aantast en fel verzwakt, de factor is die het grootste deel van de bijensterfte kan verklaren. Deze factor komt namelijk overeen met 15%. Indien de varroa-aantasting wordt gecombineerd met het gebruik van een aantal gewasbeschermingsmiddelen en met elektromagnetische straling van mobiele telefoonmasten, kan tot 23% van de bijensterfte verklaard worden.

Verder onderzoek blijkt dan ook noodzakelijk. In een vervolgtraject wordt dezelfde oefening gemaakt voor Wallonië. Naast het valideren en verfijnen van het gebruikte model zal ook onderzocht worden of de kwaliteit van de gegevens die in het model worden gebruikt (vb. sterftecijfers van de bijen, detaillering van de landschapskaarten …) verbeterd kan worden. Op deze manier hopen de onderzoekers een groter deel van de wintersterfte bij bijen nog beter te kunnen verklaren.duurzame landbouw BeeHappy