duurzame landbouw Geïntegreerde gewasbescherming(1)

Vanaf 2014 gelden er nieuwe regels op het vlak van gewasbescherming. Deze regels zijn het resultaat van een Europese richtlijn over duurzaam gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Zo wordt de toepassing van Integrated Pest Management (IPM) verplicht. De principes van Integrated Pest Management (IPM) houden in dat de landbouwer alle mogelijke bestrijdingstechnieken op een geïntegreerde manier toepast om zo de schade aan planten onder de economische schadedrempel te houden. Wanneer ziekten of plagen in het gewas opduiken, grijpt de landbouwer in en doet hij dit bij voorkeur via niet-chemische bestrijding.

De Europese richtlijn dicteert namelijk dat ‘duurzame biologische, fysische en andere niet-chemische methoden’ de voorkeur moeten krijgen boven chemische gewasbeschermingsmiddelen. Hieraan wordt weliswaar de voorwaarde gekoppeld dat ze de ziekte of plaag op een grondige manier moeten kunnen bestrijden. In de geest van deze Europese richtlijn wordt een bespuiting met herbiciden bijvoorbeeld vervangen door mechanische onkruidbestrijding en worden insecten niet bestreden met insecticiden maar door het inzetten van natuurlijke vijanden. Een voorbeeld hiervan is het inschakelen van lieveheersbeestje tegen bladluizen.

IPM is echter meer dan chemische gewasbeschermingsmiddelen vervangen door een natuurlijke ziekte- of plaagbestrijder. Ook het inzetten van resistente plantensoorten en -variëteiten in een gezonde bodem is een belangrijk facet van IPM, net zoals het bevorderen van de biodiversiteit dat ook is. Voorbeelden hiervan zijn het ophangen van nestkastjes, het aanleggen van bloemenstroken of van een poel op een weide of het toepassen van anti-erosiemaatregelen op hellende percelen.

Om IPM verder aan te moedigen heeft de gewasbeschermingssector in België twee proefboerderijen opgericht. Eén van deze boerderijen is gevestigd in Huldenberg (Vlaanderen) en is een samenwerking tussen de landbouwers Josse en Jan Peeters en Bayer CropScience. De andere boerderij bevindt zich in in Ittre (Wallonië) en kwam tot stand via een samenwerking tussen landbouwer Ferdinand Joly en Syngenta. Op deze proefboerderijen worden verschillende IPM-technieken gebruikt en in de praktijk getoond aan stakeholders, politici en bevoegde overheden maar ook aan de pers en landbouwers.

Wat wordt er zoal getoond?

  • hoe het aanleggen van drempeltjes tussen de rijen aardappelen erosie kan helpen voorkomen.
  • hoe het ophangen van nestkastjes voor valken in een fruitplantage kan bijdragen tot het onder controle houden van de muizenpopulatie.
  • hoe feromonen kunnen ingezet worden om de schadelijke fruitmot in de war te brengen zodat deze zich niet kan voortplanten. Dankzij deze feromonen worden er trouwens niet langer insecticiden gebruikt tegen de fruitmot.
  • hoe een fytobak het restwater van bespuitingen met gewasbeschermingsmiddelen verwerkt, zodat dit gerecycleerd wordt op het erf en niet meer in het water terechtkomt.
  • hoe teeltrotatie een natuurlijke barrière tegen bodeminsecten en ziektes vormt. Teeltrotatie houdt in dat slechts om de 3 of 4 jaar dezelfde teelt op hetzelfde stuk grond wordt gezaaid of geplant. Door elke 3 of 4 jaar te veranderen krijg je niet alleen een gezondere teelt maar ook een lager verbruik van gewasbeschermingsmiddelen.

Tijdens de rondleidingen die op deze demoboerderijen georganiseerd worden, kan elke landbouwer of andere geïnteresseerde ter plaatse vaststellen welke verschillende technieken er bestaan, hoe deze toegepast worden en welke toegevoegde waarden ze creëren.