home > Products > Chemie in het dagelijkse leven > Duurzame landbouw

Duurzame landbouw

Om op wereldschaal voedselzekerheid te garanderen moet de voedselproductie verhoogd worden binnen het bestaande landbouwareaal. De sector van de gewasbeschermingsmiddelen pleit voor een correct gebruik en minimale dosering van gewasbeschermingsmiddelen en nutriënten. Zo kunnen de negatieve effecten voor mens en milieu beperkt worden en de biodiversiteit maximaal behouden worden.

De initiatieven hieronder tonen hoe de fytofarmaceutische sector met de landbouwsector samenwerkt om zo een duurzame landbouw te realiseren.

Initiatieven van de sector

PhytofarRecover wordt AgriRecover

In 1997 werd de vereniging PhytofarRecover opgericht door de fytofarmaceutische industrie. Deze organisatie staat in voor het ophalen van verpakkingen van professionele gewasbeschermingsmiddelen. België was één van de eerste landen in Europa om dit soort inzameling te organiseren. Achttien jaar na de oprichting van PhytofarRecover zijn deze ophaaldiensten bij de land- en tuinbouwbevolking zo ingeburgerd dat de vraag gesteld werd of deze dienstverlening uitgebreid kon worden naar de inzameling van verpakkingen van andere producten.

Hierover werden er gesprekken gevoerd met producenten van primaire landbouwbiociden, meststoffen en zaden. Een aantal van die bedrijven hebben zich bij de vereniging aangesloten. Het ziet ernaar uit dat nog meerdere bedrijven zullen volgen.

Dat de naam van deze vereniging naar AgriRecover wijzigde, is een logisch gevolg van deze evolutie. Zoals de naam aangeeft, biedt AgriRecover aan de producenten en eindgebruikers een oplossing voor de verpakkingen van agrochemische producten. Ook op dit vlak vinden we opnieuw aansluiting bij onze buurlanden Frankrijk en Duitsland, waar de uitbreiding naar andere sectoren reeds lang doorgevoerd is.

In de praktijk worden de verpakkingen gespoeld en gerecycleerd tot kabelbeschermingsbuizen (productrecyclage). Dit gebeurt in samenwerking met de Duitse collega’s van RIGK – Pamira. De verpakkingen die niet gespoeld kunnen worden, worden verbrand. De energie die hierbij vrijkomt, wordt gebruikt in de ovens van de cementindustrie (thermische recyclage). Dit is een mooi voorbeeld dat aantoont hoe afval herwerkt kan worden tot een secundaire grondstof. Dit soort initiatieven zorgen dan ook voor een positief en milieuvriendelijk imago voor de bedrijven in de agrochemie.

Read More

Een betere waterkwaliteit dankzij Sentinel®

duurzame landbouw sentinel

5 jaar geleden startten Phytofar, VOLSOG (Verbond van Oud-Leerlingen Rijksgewestelijke school voor Sproei Ondernemers Gent) en Inagro het Sentinel®-project. Dit project houdt in dat verschillende loonsproeiers gebruikmaken van Sentinel® om het restwater van hun spuittoestellen te zuiveren. Door deze inspanning te leveren dragen ze effectief bij aan een betere waterkwaliteit.

Vervuiling tegengaan door restwater te verwerken
Gewasbeschermingsmiddelen komen soms via het rest- en spoelwater in het oppervlaktewater terecht waardoor ze een negatief effect kunnen hebben op het waterleven. De aanwezigheid van bepaalde gewasbeschermingsmiddelen in het oppervlaktewater stelt niet alleen een probleem voor het milieu, het kan ook tot gevolg hebben dat men deze middelen gaat verbieden of drastisch gaat beperken. Dit kan verhinderd worden door het rest- en spoelwater dat sporen van gewasbeschermingsmiddelen bevat, op te vangen en te verwerken met een systeem zoals Sentinel®

Sentinel® zuivert
Sentinel® werkt op basis van chemische processen, waarbij de resten van de gewasbeschermingsmiddelen na toevoeging van chemische producten (ijzersulfaat, natriumhydroxide en polyelektroliet) vlokken vormen. Deze vlokken bezinken en worden uit het restwater gefilterd. Een actieve koolfilter zorgt voor de nazuivering. Elke verwerkingsbeurt, die een 6-tal uur duurt, zuivert zo’n 900 liter water. Dit zuiver water kan gebruikt worden om een eerste spoeling uit te voeren of voor een behandeling met een totaalherbicide. De slibfractie die overblijft wordt door Agri Recover opgehaald en door een gespecialiseerde firma verwerkt.

Steeds meer restwater wordt gezuiverd
In 2009 kwam het Sentinel®-project tot stand als een samenwerking tussen Phytofar, Volsog en Inagro. De oorspronkelijke doelstelling was om loonsproeiers en landbouwers te helpen bij de zuivering van het restwater van hun spuittoestel. Phytofar (Belgische Vereniging van de Industrie van Gewasbeschermingsmiddelen) investeerde in de aankoop van het Sentinel®-systeem. Volsog droeg bij door hun leden die aan het Sentinel®-project deelnamen, op financieel vlak te ondersteunen. Inagro zorgde voor de praktische en logistieke omkadering.

De voorbije 5 jaar werd in totaal zo’n 315 m³ restwater verwerkt. Dit volume slaat op het restwater van 12 verschillende loonsproeiers en 5 bedrijven/onderzoekscentra. De eerste 3 jaren (2010, 2011, 2012) waren van belang om de werking van Sentinel® te leren kennen en te optimaliseren. De laatste 2 jaren kent het gebruik van Sentinel® een opmars. Tijdens 2013 werd reeds 91 m³ restwater verwerkt en in 2014 werd een recordhoeveelheid van 110 m³ restwater bereikt.

Sentinel®draagt bij tot de bescherming van onze waterlopen
In welke mate kon Sentinel® effectief bijdragen tot een betere waterkwaliteit? Er was een gemiddelde van 3,7 mg actieve stof aanwezig per liter restwater. Voor 315.000 liter restwater die over een periode van vijf jaar verzameld werd, komt dit neer op 1165,5 g actieve stof, die uit het restwater verwijderd wordt. Mocht deze hoeveelheid actieve stof in het oppervlaktewater terechtgekomen zijn, dan zou hierdoor 23.310 km waterloop (1 m breed, 0,5 m diep) de wettelijke norm overschrijden (0,1 µg/l). Anders gesteld: door het gebruik van Sentinel® werd 23.310 km waterloop beschermd.

Het gebruik en de promotie van Sentinel® heeft ook onrechtstreeks een positief effect op de waterkwaliteit. Loonsproeiers geven immers aan dat ze – door met Sentinel® te werken of alleen al door er over te horen praten – zich meer bewust worden van de problematiek van watervervuiling. Dit levert het voordeel dat men doordachter te werk gaat en inspanningen levert om de hoeveelheid restwater zoveel mogelijk te beperken.

Read More

BeeHappy: Hoe gezond zijn onze bijen?

Dat we de voorbije jaren met een verhoogde bijensterfte geconfronteerd worden, is een feit. Over de oorzaken hiervan bestaat nog geen eenduidig antwoord. Bovendien zijn de sterftecijfers binnen Europa erg verschillend per regio. In België heeft men daarom specifiek en systematisch onderzoek verricht naar de mogelijke oorzaken van bijensterfte.

In 2014 voerden de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO, Guy Engelen) en de afdeling Zoöfysiologie (UGent, professor Dirk De Graaf) een project uit. Dit werd gefinancierd door Flanders Innovation Hub for Sustainable Chemistry (FISCH) en het agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT) en gecofinancierd door de gewasbeschermingsindustrie. Deze studie kadert in het Overlegplatform Bijen dat eind 2013 werd gelanceerd en waar de landbouwassociaties, de machine-, de zaad-, de farmaceutische en de fytofarmaceutische industrie samen met de imkers willen overleggen hoe alle partners – elk binnen hun domein en expertise – kunnen bijdragen tot een verbetering van de gezondheid van bijen.

Begin 2015 liep het eerste deel van de studie af. Hierin werd er gefocust op Vlaanderen en werden er mogelijke verbanden tussen een verhoogde wintersterfte en allerlei aspecten onderzocht. Onderwerpen zoals varroa en andere ziektes die in een bijenkast voorkomen, imkerpraktijken, het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen (pesticiden), elektromagnetische straling, fijn stof, verstedelijking, voedselaanbod, nestgelegenheid, biodiversiteit en landschapsfragmentatie, maar ook weers- en klimaatsomstandigheden werden vanuit een wetenschappelijk standpunt bekeken en geëvalueerd.

Uit dit BeeHappy onderzoek konden slechts in beperkte mate conclusies getrokken worden. De resultaten tonen aan dat varroa, een mijt die de bijen aantast en fel verzwakt, de factor is die het grootste deel van de bijensterfte kan verklaren. Deze factor komt namelijk overeen met 15%. Indien de varroa-aantasting wordt gecombineerd met het gebruik van een aantal gewasbeschermingsmiddelen en met elektromagnetische straling van mobiele telefoonmasten, kan tot 23% van de bijensterfte verklaard worden.

Verder onderzoek blijkt dan ook noodzakelijk. In een vervolgtraject wordt dezelfde oefening gemaakt voor Wallonië. Naast het valideren en verfijnen van het gebruikte model zal ook onderzocht worden of de kwaliteit van de gegevens die in het model worden gebruikt (vb. sterftecijfers van de bijen, detaillering van de landschapskaarten …) verbeterd kan worden. Op deze manier hopen de onderzoekers een groter deel van de wintersterfte bij bijen nog beter te kunnen verklaren.duurzame landbouw BeeHappy

Read More

Geïntegreerde gewasbescherming wint terrein.

duurzame landbouw Geïntegreerde gewasbescherming(1)

Vanaf 2014 gelden er nieuwe regels op het vlak van gewasbescherming. Deze regels zijn het resultaat van een Europese richtlijn over duurzaam gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Zo wordt de toepassing van Integrated Pest Management (IPM) verplicht. De principes van Integrated Pest Management (IPM) houden in dat de landbouwer alle mogelijke bestrijdingstechnieken op een geïntegreerde manier toepast om zo de schade aan planten onder de economische schadedrempel te houden. Wanneer ziekten of plagen in het gewas opduiken, grijpt de landbouwer in en doet hij dit bij voorkeur via niet-chemische bestrijding.

De Europese richtlijn dicteert namelijk dat ‘duurzame biologische, fysische en andere niet-chemische methoden’ de voorkeur moeten krijgen boven chemische gewasbeschermingsmiddelen. Hieraan wordt weliswaar de voorwaarde gekoppeld dat ze de ziekte of plaag op een grondige manier moeten kunnen bestrijden. In de geest van deze Europese richtlijn wordt een bespuiting met herbiciden bijvoorbeeld vervangen door mechanische onkruidbestrijding en worden insecten niet bestreden met insecticiden maar door het inzetten van natuurlijke vijanden. Een voorbeeld hiervan is het inschakelen van lieveheersbeestje tegen bladluizen.

IPM is echter meer dan chemische gewasbeschermingsmiddelen vervangen door een natuurlijke ziekte- of plaagbestrijder. Ook het inzetten van resistente plantensoorten en -variëteiten in een gezonde bodem is een belangrijk facet van IPM, net zoals het bevorderen van de biodiversiteit dat ook is. Voorbeelden hiervan zijn het ophangen van nestkastjes, het aanleggen van bloemenstroken of van een poel op een weide of het toepassen van anti-erosiemaatregelen op hellende percelen.

Om IPM verder aan te moedigen heeft de gewasbeschermingssector in België twee proefboerderijen opgericht. Eén van deze boerderijen is gevestigd in Huldenberg (Vlaanderen) en is een samenwerking tussen de landbouwers Josse en Jan Peeters en Bayer CropScience. De andere boerderij bevindt zich in in Ittre (Wallonië) en kwam tot stand via een samenwerking tussen landbouwer Ferdinand Joly en Syngenta. Op deze proefboerderijen worden verschillende IPM-technieken gebruikt en in de praktijk getoond aan stakeholders, politici en bevoegde overheden maar ook aan de pers en landbouwers.

Wat wordt er zoal getoond?

  • hoe het aanleggen van drempeltjes tussen de rijen aardappelen erosie kan helpen voorkomen.
  • hoe het ophangen van nestkastjes voor valken in een fruitplantage kan bijdragen tot het onder controle houden van de muizenpopulatie.
  • hoe feromonen kunnen ingezet worden om de schadelijke fruitmot in de war te brengen zodat deze zich niet kan voortplanten. Dankzij deze feromonen worden er trouwens niet langer insecticiden gebruikt tegen de fruitmot.
  • hoe een fytobak het restwater van bespuitingen met gewasbeschermingsmiddelen verwerkt, zodat dit gerecycleerd wordt op het erf en niet meer in het water terechtkomt.
  • hoe teeltrotatie een natuurlijke barrière tegen bodeminsecten en ziektes vormt. Teeltrotatie houdt in dat slechts om de 3 of 4 jaar dezelfde teelt op hetzelfde stuk grond wordt gezaaid of geplant. Door elke 3 of 4 jaar te veranderen krijg je niet alleen een gezondere teelt maar ook een lager verbruik van gewasbeschermingsmiddelen.

Tijdens de rondleidingen die op deze demoboerderijen georganiseerd worden, kan elke landbouwer of andere geïnteresseerde ter plaatse vaststellen welke verschillende technieken er bestaan, hoe deze toegepast worden en welke toegevoegde waarden ze creëren.

Read More