home > Products > Productveiligheid > Productveiligheid REACH

De REACH-registratiecijfers bevestigen de vooraanstaande rol van de Belgische chemiesector

Producenten en invoerders van chemische stoffen dienden al meer dan 51.000 REACH-registratiedossiers in bij het European Chemicals Agency (ECHA). 7% van deze dossiers kwam uit België. Concreet betekent dit dat de Belgische industrie in totaal ongeveer 2.967 registratiedossiers voor 1.568 stoffen indiende en hiervoor 48 miljoen euro vergoedingen aan het ECHA betaalde. Deze gegevens kan je terugvinden op de ECHA-website.

Een derde van de Belgische registraties werd uitgevoerd door een ‘enige vertegenwoordiger’ (Only Representative) van een niet-Europese firma. Het valt op dat Belgische vestigingen vaak de verantwoordelijkheid nemen voor de registraties van hun niet-Europese moeder of zusterbedrijven. Enkel het Verenigd Koninkrijk gaat België hierin voor.  41% van de Britse registraties komen van ‘enige vertegenwoordigers’ die trouwens vaak consultants zijn.

In 16% van de ingediende Belgische dossiers neemt een Belgisch bedrijf de leidende rol als ‘lead registrant’ op zich. Hiermee staat de Belgische industrie gelijk met de Franse industrie. Enkel Duitsland gaat ons voor met 25% lead dossiers van het totaal aantal Duitse registraties. Deze cijfers bevestigen de vooraanstaande rol van de Belgische chemische industrie binnen Europa.

De jaarlijkse essenscia enquête toont aan dat zodra een chemische stof in de kandidaatslijst van zeer zorgwekkende stoffen ** is opgenomen, bedrijven overwegen om het gebruik van deze stof stop te zetten of te vervangen door een veiliger alternatief. Begin 2015 meldden ongeveer de helft van de respondenten dat ze minstens één van de 163 stoffen die vermeld worden op de kandidaatslijst, produceerden, invoerden of gebruikten. Een vijfde van de respondenten doet dit met een stof die aan autorisatie onderworpen is. Het gaat hier in totaal om 33 stoffen.

*http://echa.europa.eu/nl/
** http://echa.europa.eu/web/guest/candidatelist-table

Initiatieven van de sector

REACH ook voor nanomaterialen

productveiligheid nanomaterialen

Voor maximale transparantie in communicatie rond nanomaterialen

Eind 2012 evalueerde de Europese Commissie de wetgeving over nanomaterialen. Hoewel de commissie oordeelde dat de huidige regels volstaan om gebruikers te informeren over de risico’s van nanomaterialen, nam ze toch een aantal extra maatregelen. Deze hadden te maken met

  • de verduidelijking van de richtlijnen voor het registreren van nanomaterialen onder REACH (Registration, Evaluation, Authorisation and restriction of CHemicals). Een voorstel in verband met de verduidelijking van de testen in de REACH-bijlagen wordt in de loop van 2015 verwacht. In de tussentijd werkt ECHA (European Chemicals Agency) aan de aanpassing van de guidance documenten met het oog op de registraties in 2018.
  • nog meer transparantie in verband met de beschikbare informatie over nanomaterialen. De Europese Commissie hield in 2014 een publieke consultatie over de mogelijke beleidsopties. Het finale besluit hierover is nog niet beschikbaar, maar wordt in 2015 verwacht.

Het was in oktober 2011 dat nanomaterialen voor het eerst door de Europese Commissie gedefinieerd werden. Het betreft de aanbeveling 2011/696. De toenmalige definitie wordt momenteel echter geëvalueerd door het Joint Research Centre (JRC).

Wat zijn de belangrijkste uitdagingen?

  • identificeren van aanvaarde en gevalideerde methodes en middelen waarmee nanomaterialen kunnen opgespoord en geanalyseerd worden;
  • verfijnen van methodes waarmee geëvalueerd kan worden in welke mate men aan nanomaterialen blootgesteld werd;
  • aanvullen van bestaande informatie over de gevaren die nanomaterialen met zich mee kunnen brengen maar ook over de indeling, etikettering en verpakking (CLP)

In het kader van deze uitdagingen werkt de chemische industrie mee aan verschillende onderzoeksprojecten van onder andere de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

essenscia pleit voor aanpak op EU-niveau

Nanotechnologie en nanomaterialen bieden oplossingen voor heel wat wereldwijde vraagstukken zoals duurzame energievoorziening, volksgezondheid en watervoorziening. Maar binnen de samenleving leeft er heel wat twijfel over de veiligheid van deze materialen.

Nanomaterialen zijn nochtans zoals andere stoffen. Sommige materialen zijn toxisch, andere niet. Daarom moeten deze stoffen geregistreerd worden onder REACH. Daarom is er nood aan een veiligheidsinformatieblad en zijn er specifieke procedures nodig bij de indeling en etikettering van gevaarlijke nanomaterialen.

Enkele Europese lidstaten – zoals België – implementeerden reeds een verplichte registratie van nanomaterialen. essenscia is van oordeel dat de nood aan transparantie eerder een Europese aanpak vereist. Op die manier vermijd je immers interpretatieproblemen tussen de lidstaten en een verstoorde markt.

De verplichte Belgische registratie komt hierop neer: stoffen in nanoparticulaire toestand die op de Belgische markt worden gebracht, moeten voor 1 januari 2016 online geregistreerd worden in het nationaal register. Mengsels die stoffen in nanoparticulaire toestand bevatten, moeten tegen 1 januari 2017 geregistreerd worden. Registranten zijn verplicht dit Belgisch registratienummer aan hun professionele klanten te communiceren.

De volledige evaluatie van de Europese Commissie over de wetgeving rond nanomaterialen is beschikbaar via de volgende website: www.eur-lex.europa.eu.

Read More

REACH: Nood aan een wetenschappelijke aanpak van hormoonverstorende stoffen

productveiligheid REACH hormoonverstoorders

Wat zijn hormoonverstorende stoffen?

Binnen de Europese Unie bestaat er nog geen definitie die omschrijft wat ‘hormoonverstorende stoffen’ zijn. Momenteel baseert men zich op de definitie zoals die in 2002 door de Wereldgezondheidsorganisatie bepaald werd: ‘an endocrine disruptor is an exogenous substance or mixture that alters funtion(s) of the endocrine system and consequently causes adverse health effects in an intact organism, or its progeny or (sub)populations.’*

Om te kunnen definiëren welke stoffen hormoonverstorend werken, is het essentieel dat er een aantal criteria gespecificeerd worden. Dit proces is aan de gang. Ook voor de industrie is het belangrijk dat hierover zo snel mogelijk duidelijkheid komt. Wat de criteria betreft, is het belangrijk dat er een duidelijk onderscheid gemaakt wordt tussen hormonaal actieve stoffen – dit zijn stoffen die door ons metabolisme uitgescheiden worden vooraleer er schade wordt aangericht – en stoffen die een negatief effect hebben op een gezond organisme of een populatie.

Europa neemt al maatregelen

Waar staan we vandaag? De Europese Commissie heeft een ‘roadmap’ samengesteld.
Dit is een stappenplan waarin het beleid rond hormoonverstorende stoffen uitgestippeld wordt. Ondertussen zijn in een aantal wetgevingen al maatregelen rond hormoonverstorende stoffen van kracht. Bij de wetgeving rond bijvoorbeeld gewasbeschermingsmiddelen, biociden, REACH is dit het geval.

In de bestaande REACH-wetgeving worden hormoonverstorende stoffen op dezelfde manier bekeken als andere zorgwekkende stoffen. Concreet wordt er dan verwezen naar kankerverwekkende, mutagene en reprotoxische stoffen. In 2014 werden er voor het eerst 5 stoffen door de expertencommissie van de lidstaten op de kandidatenlijst voor autorisatie geïdentificeerd. Zij werden als hormoonverstorend en schadelijk voor het leefmilieu omschreven. Voor al deze stoffen golden er al eerder beperkingen of was er een verbod op gebruik (tenzij een autorisatie werd bekomen)

Momenteel worden er zo’n 29 stoffen via verschillende REACH-processen geëvalueerd op het vlak van mogelijke hormoonverstorende eigenschappen. Bij het overwegen van bijkomende maatregelen voor deze stoffen is het belangrijk dat factoren zoals de blootstelling aan en de sterkte van deze stoffen in acht genomen worden.

*Een hormoonontregelaar is een exogene stof of mengsel dat één of meerdere functies van het endocrien systeem (hormoonstelsel) verandert en hierdoor een negatief effect heeft op de gezondheid van een intact organisme of dat van z’n nakomelingen of (sub)populaties.

Read More

essenscia helpt kmo’s bij implementatie chemicaliënwetgevingen

productveiligheid VLARIP WALRIP NL-02 productveiligheid VLARIP WALRIP NL-03

Begeleidingsprojecten essenscia blijven een succes

Sinds 2007 begeleidt essenscia kmo’s bij de toepassing van REACH en CLP, de verplichte informatie en communicatie over risico’s en gevaren van chemische producten.

Hiervoor zet essenscia twee regionale projecten in:

  • Vlaanderens REACH Implementatie Projecten (VLARIP) en
  • Wallonie Reach Implementation Programme (WALRIP)

Ervaringsuitwisseling staat in beide projecten centraal.

De projecten ondersteunen kmo’s bij onder meer:

  • de registratiedeadlines van REACH en andere REACH verplichtingen
  • de opmaak van veiligheidsinformatiebladen voor de gebruiker
  • het indelen van gevaarlijke stoffen en mengsels volgens CLP
  • de verplichtingen voor nanomaterialen

Jaarlijks nemen een 45-tal bedrijven actief deel aan VLARIP, onder begeleiding van 11 peterbedrijven. Aan WALRIP namen 70 bedrijven deel. De evaluatie van deze twee projecten bracht een grote tevredenheid bij de deelnemers aan het licht.

essenscia werkt ook samen met Fedustria en Centexbel in het TEXCHEM project voor een duurzaam en veilig gebruik van chemische producten in de textielsector. Hieraan nemen een 40-tal textielbedrijven en hun toeleveranciers deel.

Read More

essenscia deelt haar kennis

De cel productbeleid van essenscia organiseert opleidingen over de verplichtingen bij het vermarkten van chemische producten.

Door wijzigende wetgeving en personeelswissels is er nood aan betrouwbare en regelmatige opleidingen. De opleidingscel productbeleid richt zich in het bijzonder op opleidingen over (wijzigende) chemische wetgeving die weinig of niet commercieel beschikbaar is.

Ontdek hier het aanbod:

  • Welke chemische producten registreren volgens REACH? Hoe gevaarlijke stoffen etiketteren en verpakken? Op welke manier moet je een veiligheidsinformatieblad opstellen? Welke regels gelden bij het transport van gevaarlijke stoffen? Dat komt allemaal aan bod in de basisopleiding over productbeleid.
  • Tijdens de jaarlijkse studiedagen wordt ingespeeld op de actualiteit. Deze info- en netwerkmomenten lokken telkens een 100-tal geïnteresseerden uit de industrie en de overheden.
  • Jaarlijks nemen een 150-tal bedrijven deel aan de thematische regionale ontbijtsessies.
  • Aan de jaarlijkse vijfdaagse training over Classification, Labelling en Packaging (CLP) van gevaarlijke stoffen en mengsels namen de voorbije 2 jaar 83 werknemers uit 66 bedrijven deel. Deze training werd in 2014 wegens de grote vraag zelfs 3 keer georganiseerd. Deze opleiding kwam tot stand in samenwerking met Universiteit Gent en andere kenniscentra en geeft meer achtergrond en inzicht in de verschillende testen en criteria voor de CLP- gevaarsindeling en -etikettering.

Deze opleidingen staan open voor iedereen. Zo bereikten we in 2013 en 2014 902 deelnemers.

De experten van essenscia stellen hun expertise ook ter beschikking van andere opleidingsverstrekkers. Zo werden de voorbije 2 jaar bij 10 externe opleidingsverstrekkers zo’n 20 trainingen gegeven voor 362 deelnemers.

De opleidingscel draagt sinds 2010 het Qfor-kwaliteitslabel en is erkend opleidingsverstrekker voor de KMO-portefeuille. Dit werd in 2013 succesvol verlengd en ook uitgebreid met de opleidingen georganiseerd door het sociaal departement. De opleidingen komen ook in aanmerking voor een tegemoetkoming in de vormingskosten van werknemers via Co-valent.

De vormingskalender van de opleidingscel van essenscia is beschikbaar op http://www.essenscia.be/nl/opleidingen.

Read More

PhytoTrans: Een onmisbaar instrument voor veilige distributie van gewasbeschermingsmiddelen

Productveiligheid REACH PhytoTrans-02   Productveiligheid REACH PhytoTrans-01

Sinds 2005 stellen Phytofar* en haar leden een internettool ter beschikking van de distributiesector. De naam van deze tool is ‘PhytoTrans’. Het is een instrument dat downstream gebruikers nuttige informatie verleent over de documenten die verplicht zijn bij het transporteren en verpakken van fytofarmaceutische producten en die al deze transportdocumenten per product ter beschikking stelt. Het geeft informatie over de criteria waaraan transportdocumenten en veiligheidsinformatiebladen moeten voldoen (VIB; Safety Data Sheets of SDS). De som van al deze informatie maakt dat deze tool aan de REACH-vereisten voldoet (artikel 31).

De inhoud wordt up-to-date gehouden door de leden die een toelating hebben met deze producten te werken. Dat wil zeggen door alle leden van Phytofar maar ook door de niet-leden die het service level agreement naleven. Deze tool en de volledige lijst van organisaties die toelating hebben met deze producten te werken, kunnen geraadpleegd worden op de website van Phytofar.

Vandaag is deze tool gekend bij de professionele verdelers van gewasbeschermingsmiddelen. In de toekomst zullen ook andere downstream gebruikers gratis toegang krijgen tot de SDS-informatie die via PhytoTrans beschikbaar is. Ook dit zal gebeuren via de website van Phytofar.

Aangezien de markt voor gewasbeschermingsmiddelen officieel vanaf 25/11/2015 gesplitst zal worden in een professioneel en niet-professioneel luik, komt deze internettool van Phytofar op een zeer geschikt moment. Dit instrument zal ongetwijfeld bijdragen tot een samenhangende informatie- en communicatiestrategie.

*Phytofar: de Belgische Vereniging van de industrie voor Gewasbeschermingsmiddelen

Read More