Back to all initiatives
Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email
Share on print

De vrijwillige energie-efficiëntieovereenkomsten die ondertekend werden door Vlaamse en Waalse bedrijven streven naar een voortdurend proces van energie-efficiëntieverbeteringen. Na het succes van de eerste generatie vrijwillige overeenkomsten (2003-2014) voor de verbetering van de energie-efficiëntie rekening houdend met de industriële en economische realiteit, besloten de Belgische gewestelijke overheden om verder te gaan met een tweede generatie akkoorden (2014-2020). Deze werden uitgebreid met verbeteringen op het vlak van CO2 en energie-efficiëntie doorheen de volledige waardeketen van een bedrijf. Gezien het succes van deze maatregel werd de tweede generatie sectorovereenkomsten in Vlaanderen verlengd tot eind 2022 en in Wallonië tot eind 2023.

Wie deze overeenkomsten onderschrijft, verbindt zich ertoe om energie-efficiënt te produceren en de CO2-uitstoot te verminderen door haalbare en betaalbare maatregelen te implementeren. Die maatregelen worden opgelijst in energieplannen die om de vier jaar moeten worden opgesteld op basis van een grondige energieaudit. De implementatie van de maatregelen en hun impact worden jaarlijks gecontroleerd. In Vlaanderen vereisen de overeenkomsten ook de implementatie van een energiemanagementsysteem om het bewustzijn omtrent energie-efficiëntie doorheen het bedrijf te vergroten. In Wallonië moeten entiteiten die betrokken zijn bij deze overeenkomsten koolstofvoetafdrukanalyses van hun activiteiten uitvoeren (wat “CO2 mapping” wordt genoemd).

Aangezien energie-efficiëntie een topprioriteit is voor de industrie van de chemie, kunststoffen en life sciences, hebben tal van bedrijven uit de sector deze overeenkomsten onderschreven. De chemiesector vertegenwoordigt respectievelijk 37% en 24% van het totale energieverbruik dat gedekt wordt door de vrijwillige overeenkomsten in Vlaanderen en Wallonië. Deze vrijwillige energie-efficiëntieakkoorden dekken bijna 90% van het energieverbruik van de sector.