Veiligheid, gezondheid & milieu

Permanent streven naar maximale bescherming van mens en milieu

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email
Share on print

Van alle producten die je koopt en alle materialen die je gebruikt, is maar liefst 95% rechtstreeks te linken aan chemie. Dat blijkt uit een rapport van de Europese Commissie. Het maakt van de chemiesector een cruciale bondgenoot in de transitie naar een circulaire economie en duurzame samenleving. Het is ook een van de redenen waarom de chemie en life sciences, als toeleverancier naar heel wat andere industrietakken, tijdens de coronacrisis werd erkend als essentiële sector, in België en Europa.

95% van alle producten die je koopt en alle materialmen die je gebruikt zijn rechtstreeks te linken aan chemie.

Dit toont aan hoezeer de chemie aan de basis ligt van talrijke industriële waardeketens en consumentengoederen voor meer comfort en duurzaamheid: van geneesmiddelen tot computers, van autobatterijen tot zonnepanelen. Anderzijds vraagt dit van de chemie-industrie ook veel verantwoordelijkheidszin om duurzaam en veilig te produceren, met minimale milieu-impact en maximale bescherming van consumenten en werknemers. Dat is een grote uitdaging in een wereld waarin wetenschappelijke inzichten permanent evolueren, wetgeving voortdurend wordt aangescherpt en bedrijven zich continu dienen aan te passen.

Boosdoener of redder in nood?

Het feit dat chemie alomtegenwoordig is, geeft ook niet iedereen een comfortabel gevoel. De aanwezigheid van chemie in eindproducten is veelal niet zichtbaar of tastbaar en wordt vaak uitgedrukt in complexe formules of moeilijke stofnamen. Dat wekt bij velen wantrouwen op. Zeker als er in de media sporadisch berichten opduiken over de dumping van chemisch afval uit drugslabo’s of de aanwezigheid van zorgwekkende stoffen in geïmporteerd speelgoed. Praktijken die voor alle duidelijkheid onaanvaardbaar zijn en beter gecontroleerd dienen te worden.

De eerste signalen van een negatieve impact van chemische stoffen op het milieu of de menselijke gezondheid dateren uit de jaren 60 en 70 met enkele wereldbekende rampen als absoluut dieptepunt, zoals in het Italiaanse Seveso of het Indiase Bhopal. Doorheen de jaren hebben nieuwe vaststellingen en inzichten over ongewenste effecten van bepaalde chemische stoffen, tijdens of na gebruik, geleid tot een steeds strenger wordend wetgevend kader op het vlak van milieu- en productbeleid.

Voorrang aan veiligheid en gezondheid

De chemiesector bleef zelf niet blind voor zijn maatschappelijke impact en lanceerde midden jaren 80 het Responsible Care-initiatief. Hiermee engageerde de wereldwijde chemie-industrie zich vrijwillig om veiligheid en gezondheid voorop te stellen. Niet enkel binnen de fabrieksmuren en de nabije omgeving van de productiesites, maar ook verderop in de waardeketen, bij de industriële gebruikers en consumenten.

Die veiligheidscultuur staat tot op de dag van vandaag bovenaan de prioriteitenlijst van de sector. Aangezien chemiebedrijven vaak werken met processen onder hoge druk en/of hoge temperatuur, is zorg dragen voor de veiligheid en gezondheid van werknemers een blijvend aandachtspunt. Daarom ontwikkelde essenscia leerstoelen rond procesveiligheid en veiligheidswetenschappen in samenwerking met de universiteiten van Leuven en Antwerpen. Jaarlijks organiseert de sectorfederatie met haar Process Safety Academy ook tal van veiligheidsopleidingen voor ingenieurs en studenten.

REACH: Europa neemt het voortouw

Een fundamenteel kantelpunt in het chemiebeleid kwam er in 2007 met de invoering van de Europese REACH-verordening, wat staat voor Registratie, Evaluatie en Autorisatie van CHemische stoffen. Voortaan was het niet langer de overheid die de (on)veiligheid van chemische stoffen zou bestuderen maar was het aan de industrie zelf om – onder streng toezicht van de diverse overheden – aan te tonen dat een chemische stof veilig geproduceerd én gebruikt kon worden, en dit voordat die stof op de Europese markt mocht komen.

Voor de meest zorgwekkende stoffen legt de chemiewetgeving REACH daarenboven bijkomende gebruiksbeperkingen op. Daardoor kunnen deze stoffen alleen onder specifieke omstandigheden en in sommige gevallen enkel mits uitdrukkelijke toestemming van de overheid nog slechts tijdelijk gebruikt worden. Onveilige gebruiken zijn daarbij evident verboden. Aanvullend leggen specifieke productwetgevingen bijkomende voorwaarden op, zoals de verordeningen rond biociden en cosmetica of de speelgoedrichtlijn.

Meer kennis, minder risico

Sector Initiative

DetNet: een netwerk van experts voor de CLP-classificatie van detergenten

Daarmee is de Belgische en Europese chemie-industrie een van de strengst gecontroleerde sectoren ter wereld en is REACH uitgegroeid tot een rolmodel voor gelijkaardige productwetgevingen in heel wat andere landen en werelddelen. Dankzij alle wetenschappelijke testresultaten en de veiligheidsinformatie die chemiebedrijven in het kader van REACH hebben verzameld hebben we nu meer kennis en data dan ooit tevoren om mens en milieu optimaal te beschermen tegen de potentiële risico’s van chemische stoffen.

Onder het motto ‘no data, no market’ heeft REACH er ook voor gezorgd dat bedrijven beter zijn gaan samenwerken om de gevaareigenschappen van chemische stoffen grondig in kaart te brengen zonder daarvoor onnodig dierproeven te dupliceren. Productportfolio’s worden tegenwoordig zorgvuldig onder de loep genomen waarbij minder duurzame toepassingen aan de kant worden geschoven. Via eigen opleidingsprogramma’s werkt essenscia mee aan de implementatie van REACH. Met meer dan 2.500 opleidingsuren per jaar helpt de federatie bedrijven, in het bijzonder kmo’s, om de complexe REACH-wetgeving correct toe te passen.

Zoektocht naar veiligere alternatieven

REACH stimuleert ook innovatie om waar mogelijk op zoek te gaan naar veiligere alternatieven voor de meest zorgwekkende stoffen. Dit leidde bijvoorbeeld tot de uitfasering van bepaalde ftalaten en gebromeerde vlamvertragers. Dat deze duurzame innovaties niet altijd voorpaginanieuws zijn, komt onder meer omdat bedrijven hun intellectuele eigendom en innovatievoorsprong willen beschermen.

Toch zijn er nog altijd industriële toepassingen waar voorlopig nog geen volwaardig alternatief gevonden is voor sommige zorgwekkende stoffen. In die gevallen wordt gewerkt onder strikte risicobeheersmaatregelen, gekoppeld aan strenge controles en handhaving. Dat deze brede aanpak een duidelijk positief effect heeft, valt af te leiden uit de sectorale emissiewaarden op het vlak van water, bodem en lucht. Die nemen stelselmatig af, ondanks een stijgende productie-index. Uit de statistieken van de arbeidsongevallen blijkt evenzeer dat de blootstelling van werknemers aan schadelijke chemicaliën goed onder controle is.

Europese Green Deal als nieuwe gamechanger

Europa gaat intussen verder op het pad van de duurzame transitie en lanceerde in 2020 zijn ambitieuze en veelomvattende Chemicals Strategy for Sustainability, als onderdeel van de Green Deal. Hiermee komt de Europese Commissie, 15 jaar na REACH, met een nieuwe gamechanger. Maatschappelijke verwachtingen evolueren enerzijds in de richting van een verhoogde vraag naar meer informatie en anderzijds naar een toenemend verwachtingspatroon rond steeds veiligere producten en een minimale blootstelling aan chemische stoffen.

De sector engageert zich alvast om binnen de contouren van het Europese actieplan voor zero pollution blijvend werk te maken van een verdere reductie van emissies naar het leefmilieu

In deze duurzame chemiestrategie wordt ingezet op een efficiënter gebruik van hulpbronnen, op een circulaire economie, op herstel van de biodiversiteit en op het terugdringen van schadelijke emissies. Een verdere verstrenging van het omkaderend beleid kondigt zich aan, met nieuwe vereisten en verplichtingen voor de industrie en bijkomende beperkingen rond het gebruik van zorgwekkende stoffen. De sector engageert zich alvast om binnen de contouren van het Europese actieplan voor zero pollution blijvend werk te maken van een verdere reductie van emissies naar het leefmilieu.

Essential use, een essentieel debat

In die context dringt een maatschappelijk en politiek debat rond essential use of essentiële gebruiken zich op. Het draait daarbij om de cruciale vraag hoe we als samenleving een nieuwe balans willen vinden tussen de essentiële bijdragen die de chemiesector levert om urgente maatschappelijke noden in te vullen en het permanente streven naar steeds veiligere producten met een zo min mogelijke impact op mens en milieu. Wat hebben we daadwerkelijk nodig als maatschappij?

Dat is ook de inzet van het PFAS-restrictievoorstel dat 5 Europese landen gezamenlijk aan het voorbereiden zijn  om het gebruik van een ruime groep van persistente chemicaliën aan banden te leggen. Het is daarbij goed om weten dat niet al die persistente stoffen ook toxische eigenschappen hebben en er voor sommige toepassingen nog geen valabele alternatieven voorhanden zijn, ook al wordt er volop onderzoek naar gedaan. Zo is fluorhoudend blusschuim nog altijd onmisbaar om industriële branden aan extreem hoge temperaturen vakkundig te bestrijden.

Nieuwe inzichten, nieuwe normen

Als voortschrijdend wetenschappelijk inzicht zich vertaalt in striktere wetgeving en strengere normen, is het aan de chemiesector om zich opnieuw aan te passen aan die immer wijzigende context. Net zoals dat eerder al gebeurd is. Zo is het logisch dat de meest risicovolle stoffen uit consumentengoederen geweerd worden of dat men voor kwetsbaardere groepen zoals jonge kinderen, zwangere vrouwen of ouderen strengere beschermingsregels hanteert.

Source : essenscia own calculations based on CLP, DSD and DPD legislations and announced changes to CLP in the Chemical Strategy for Sustainability. CLP= regulation 1272/2008; DSD= directive 67/548/EEC; DPD= directive 1999/45/EC.

Tegelijkertijd is het vanzelfsprekend dat het gebruik van potentieel gevaarlijke basismoleculen wél toegestaan blijft in een strikt gereglementeerde industriële context. Zolang er voldoende garanties zijn dat er veilig mee gewerkt kan worden in de productieomgeving of professionele setting en dat de uiteindelijke eindproducten veilig zijn in gebruik. Dit kadert binnen een risicogebaseerde aanpak die de maatschappelijke meerwaarde van verschillende chemische bouwstenen correct en evenwichtig inschat.

Aandacht voor gezondheidseffecten

Het valt evenmin te ontkennen dat er een groeiende en begrijpelijke maatschappelijke bezorgdheid heerst rond de hormoonverstorende werking van bepaalde chemische stoffen, hun neuro- en immunotoxicologische eigenschappen, de aanwezigheid van microplastics in de voedselketen of de opstapeling van persistente en moeilijk afbreekbare stoffen in het leefmilieu. Denk maar aan de PFOS-problematiek, een kenmerkend voorbeeld van een verschuivend historisch perspectief waarbij stoffen op basis van bijkomend onderzoek eerst worden uitgefaseerd en het normenkader errond in de jaren nadien telkens gevoelig wordt verstrengd naarmate meettechnieken en wetenschappelijke kennis zich verder ontwikkelen.

Het blijft een delicate maar noodzakelijke evenwichtsoefening tussen de invulling van maatschappelijke behoeftes en het risico op blootstelling aan een gevaarlijke stof tijdens het gebruik of hergebruik, het recyclageproces of de afvalverwerking.

Het is een voortdurend proces om mogelijke gezondheidseffecten maximaal te reduceren. Dit uit zich in een verdere bijstelling en verstrengingvan risicogebaseerde beoordelingen naarmate de wetenschappelijke inzichten verder evolueren, het Europese toetsingskader voldoende robuust is en alternatieven beschikbaar en betaalbaar zijn. Het blijft een delicate maar noodzakelijke evenwichtsoefening tussen de invulling van maatschappelijke behoeftes en het risico op blootstelling aan een gevaarlijke stof tijdens het gebruik of hergebruik, het recyclageproces of de afvalverwerking.

Veilig en duurzaam van bij het begin

Omdat chemie aan de basis ligt van de meeste productketens, wordt in het nieuwe Europese beleidveel aandacht besteed aan de aanwezigheid van chemische stoffen in consumentengoederen. Europa wil nieuwe principes naar voor schuiven om te streven naar Safe and Sustainable by Design. Het gaat erom hechte samenwerkingsverbanden tussen bedrijven op te zetten – producenten en gebruikers – om gezamenlijk future-proof chemische bouwstenen en gebruiksvoorwerpen te gaan ontwikkelen, veilig en duurzaam van bij de ontwerpfase.

Om die op het eerste gezicht voor de hand liggende doelstelling te realiseren, dienen zich echter moeilijke ethische discussies aan. Hoe kunnen we de verschillende aspecten van duurzaamheid op een eerlijke manier tegenover elkaar afwegen? Wat als alternatieven biogebaseerd zijn maar wel meer energie vergen? Hoe beoordelen we de impact van land- en watergebruik tegenover CO2-emissies? Wat als alternatieven veiliger zijn maar daardoor minder performant? Of hoe beoordelen we nieuwe eindproducten die minder CO2 uitstoten maar wel schaarsere grondstoffen nodig hebben in hun productieproces? Er is duidelijk nood aan een helikoptervisie die het hokjesdenken overstijgt.

Productportfolio’s doorgelicht

Overheden en bedrijven zullen nieuwe en complexe afwegingskaders moeten ontwikkelen waarbij op basis van meerdere criteria rekening wordt gehouden met uitgebreide levenscyclusbeoordelingen en de verschillende economische, ecologische en sociale duurzaamheidsaspecten. Pioniersbedrijven tonen vandaag al hoe het moet en hebben eigen tools ontwikkeld om de duurzaamheid van hun productportfolio’s te analyseren, aan te passen en verbeteren.

Er wordt ook nauw samengewerkt met prioritaire gebruikers om chemieproducten op een veilige, verantwoorde en duurzame manier te benutten. Zo introduceerde de fytofarmaceutische industrie het zogeheten ‘Integrated Pest Management’ om gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw gerichter en efficiënter in te zetten. Ook de verfindustrie verduurzaamde het productgamma door sommige solventen in verven te vervangen door watergedragen formulaties.

Gelijke spelregels, ook voor import

De ambitieuze duurzaamheidsstrategie van Europa biedt opportuniteiten voor innovatieve en veerkrachtige bedrijven. Een gelijk speelveld is echter essentieel voor het behoud van de internationale concurrentiekracht. Dit betekent dat de transitie gepaard moet gaat met een ondersteunend wetgevend kader en afdoende controle op geïmporteerde goederen aan de Europese grenzen. De invoer van zorgwekkende stoffen door import vanuit andere werelddelen is contraproductief en legt een hypotheek op de circulaire economie in Europa waarin materialen maximaal hergebruikt moeten kunnen worden.

De uitdaging voor de chemie en life sciencessector in België? Essentiële bouwstenen en afgewerkte producten blijven leveren om onze maatschappelijke behoeftes in te vullen, binnen een geglobaliseerde economie met toenemende concurrentie vanuit opkomende economieën, op een manier die duurzaam en veilig is, en dit met een steeds kleinereecologische voetafdruk wat betreft energie en klimaat, grondstoffen- en waterverbruik.

Industrie in transitie, industrie in dialoog

De sector van de chemie, kunststoffen en life sciences gaat die uitdaging resoluut aan. Maar een industrie in transitie heeft ook nood aan een constructieve dialoog. Om samen met beleidsmakers en maatschappij te bepalen wat tegen wanneer effectief haalbaar en wenselijk is. Het behoud van duurzame economische activiteiten in België en Europa is een noodzakelijke voorwaarde om de Chemicals Strategy for Sustainability te realiseren en delokalisatie van productie naar regio’s met minder milieu- en klimaatambities te vermijden. We moeten streven naar het juiste evenwicht tussen economische welvaart binnen de ecologische planeetgrenzen. Ook dat is een essentieel onderdeel van duurzame ontwikkeling.